‘Wettelijke grondslag over regels mestverwerking al kwart eeuw onvoldoende’

Juist om de biodiversiteit en een gezond bodemleven op zijn weidegronden te bevorderen, wil melkveehouder Siem Scherpenzeel uit Kockengen in het Groene Hart van Holland mest bovengronds over zijn land uitrijden. ‘Maar al een kwart eeuw zijn daar strenge regels voor op basis van cijfers die nu ter discussie staan. Dat is per Algemene Maatregel van Bestuur bepaald, dus zonder enige politieke discussie. Ik vind dat onverteerbaar’, zegt Scherpenzeel.

Hij legt het uit. ‘Begin 90-er jaren is per AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) bepaald dat  drijfmest emissiearm aangewend moet worden, omdat er te veel ammoniak in de lucht zou komen door het bovengronds uitrijden. Nederland had de opdracht vanuit Europa die uitstoot te beperken. Toen is bedacht als uitvoeringsmaatregelen dat dat boeren de drijfmest in de grond of – op vochtige gronden – direct op de bodem in sleuven moeten aanbrengen. Daarmee is het echte mestvraagstuk dat steeds pregnanter werd door te veel stikstof in de lucht en ammoniakstank in de omgeving onder het tapijt geveegd, zonder discussie. Het kenmerk van een AMvB is dat die niet langs de Eerste en Tweede Kamer hoeft. Dat betekent dat het parlement bij een voor de boeren en voor Nederland belangrijk besluit buiten spel stond en dat er geen brede politieke discussie was’, zegt Scherpenzeel, die naast boer ook al jaren raadslid is voor het CDA in zijn gemeente.

‘Aannames jaren negentig nu onjuist’

‘Het is hoog tijd dat het mestbeleid weer ter discussie komt te staan’, meent Scherpenzeel en dat vinden veel meer boeren. Hij zegt dat er inmiddels onderzoek is dat vraagtekens zet bij de hoogte van de ammoniakuitstoot van de jaren negentig. Onderzoekers sloten in 2013 niet uit dat de ammoniakmetingen in de jaren negentig stelselmatig te hoog uitvielen, door een meetmethode die breed werd toegepast maar waarvan de resultaten nogal hoog uitvielen. Ammoniakmetingen zijn ingewikkeld: ze hangen bijvoorbeeld af van luchtvochtigheid en temperatuur en er zijn meerdere meetmethodes, die allemaal voor en tegens hebben. ‘Kortom, meten is niet altijd weten. Een belangrijk besluit, de basis voor tientallen jaren agrarisch beleid, steunt op discutabele aannames. Bovendien zijn de meetgegevens van de afgelopen jaren niet meer beschikbaar en blijkbaar verdwenen.’

‘Twijfel aan ammoniakreductie’

Ook is er twijfel of de reductie van ammoniakemissie wel zo groot is, als door het Planbureau voor de Leefomgeving wordtbecijferd. Volgens het Planbureau daalt de ammoniakemissie met 70 procent door het mestbeleid. Maar de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) vraagt zich af of dat wel zo is en houdt het op de helft. De rekenmodellen kloppen niet volgens de VBBM, die bij de Nederlandse overheid geen gehoor vindt voor haar klachten. Er zit volgens Scherpenzeel ook een systeemfout in het beleid. ‘Voor niet grondgebonden landbouw vooral op zandgronden geldt nu hetzelfde beleid als voor ons, melkveehouders op de veenweidegebieden in het Groene Hart. In de veenweidegebieden zijn er heel andere vraagstukken aan de orde zoals inklinken van de grond, groen landschap dicht bij de stad dat kaler wordt omdat de biodiversiteit met weidevogels zwaar onder druk staat.’

‘In iedere regio wordt anders geboerd

Scherpenzeel: ‘Er zijn om grote regionale verschillen in Nederland en daar zou veel meer rekening mee gehouden moeten worden in het beleid. De bodemkwaliteit verschilt enorm per gebied. Iedereen boert anders. Dat zie je aan de biodiversiteit, aan het aantal weidevogels en aan het aantal wormen en insecten in een gebied. En dat aantal weidevogels, insecten en wormen is nu net een probleem. Mede door de injectie van drijfmest in de grond, verdwijnen ze juist. Het leven in de bodem vermindert. Dat is aangetoond door onderzoek.’ Het Planbureau zegt overigens dat die verandering van de weidefauna maar tijdelijk is. Maar volgens Scherpenzeel is dat niet zo. ‘Er blijft geen vogel meer over, gelukkig weten ze mijn weilanden nog te vinden.’

‘Kwaliteit van de mest en koolstof’

Overigens zoeken de boeren zelf ook mogelijkheden om ammoniakuitstoot te beteugelen. Met de uitvinding van de ligboxenstal kwam mest met pies in een put terecht, wat de ammoniakvorming veroorzaakt. Die combinatie van urine en mestzorgt voor de ammoniakuitstoot. Sommige boeren kozen voor het zogenaamde FIR systeem, zegt Scherpenzeel. ‘FIR is een koolstof die toegevoegd wordt aan het voer en aan de mest om een rijkere mestkwaliteit te krijgen.’ Die koolstof  heeft volgens de Firboeren dezelfde werking als het stro in de stal van vroeger: het vermindert de ammoniakuitstoot. ‘Aangetoond krijgen dat het werkt, was moeilijk. Deugdelijk wetenschappelijk onderzoek ontbreekt, hoewel minister Veerman dat in 2003 aan de Kamer met een brief had toegezegd. Het ministerie heeft dat toegezegde onderzoek nooit zo uitgevoerd. In 2009 is er pas een beleidsstudie met bureauonderzoek verschenen waarmee emissiearm bemesten is geëvalueerd.’

‘Zonder tussenkomst rechter subsidie kwijt’

De boeren die FIR gebruikten hebben jarenlang toch bovengronds mest uitgereden, met een ketsplaat op de spuit. Daardoor komt de drijfmest directer op de grond terecht  en bij voorkeur met vochtig weer, waardoor er veel minder ammoniak in de lucht komt omdat water zich bindt met ammoniak. De mest kan op die manier veel beter verspreid uitgereden worden en dan kan de zon ziektekiemen doden, want ook die ziektekiemen zijn een nadelig effect van het injecteren. Uit metingen van de firboeren bleek dat de ammoniakemissie niet groter was dan met injecteren. Ook bleek dat mest nauwkeuriger was te doseren. Voor de weidevogels was het veel beter. ‘Nesten werden niet kapot gereden en de wormen, voedsel voor de jonge vogels, bleven in de bodem. Maar het bovengronds uitrijden is niet meer mogelijk. Eerst waren er bekeuringen en veel rechtszaken, waarbij boeren wel schuld hadden maar geen straf kregen en de rechter ze verwees naar de politiek. Die zette vervolgens de rechter buitenspel. De controle en de straf zijn nu veel directer, namelijk inhouden van subsidie zonder tussenkomst van de rechtbank. Dan word je op een harde manier gestraft. En daar wordt streng op gehandhaafd door de NVWA.’

‘Mestbeleid als een tanker’

Het beleid is door Nederland Europees afgesproken, maar naar de boeren in de regio wordt niet geluisterd, meent Scherpenzeel. Andere belangen spelen de hoofdrol, lijkt het hem. ‘Daarbij speelt ook een rol dat de boeren in Nederland verdeeld zijn.’ Op een andere manier kan hij het gevoerde beleid om te voldoen aan de Europese nitraatrichtlijn om de ammoniakuitstoot te verkleinen, niet verklaren. Hij beschrijft het gekozen mestbeleid als een tanker die een koers vaart en die amper meer te stoppen of te veranderen is. ‘Alle vervolgmaatregelen worden op basis van eenmaal ingezette koers ontwikkeld. Maar of de eerste aannames van het beleid wel kloppen, hoe de regionale verschillen zijn, is niet bekeken. Intussen betalen de boeren en de burgers de rekening voor wat Nederland uitvoert. Er is nooit een goede onderbouwing van de maatregel gegeven. Het was de aanname dat het injecteren van drijfmest de verdamping van ammoniak voldoende zou beperken. Maar of dat juist is, daar steggelen wetenschappers al decennia over. Het is een tanker die op koers móet blijven. De politiek zou hier vraagtekens bij moeten zetten.’

Chris Zeevenhooven/Simon Trommel