Directe democratie: Klarendal experimenteerde al vanaf 2001

Alexander Pechtold bezocht Klarendal regelmatig © Zefanja Hoogers 2007

De draagkracht van de politiek neemt af. Steeds minder gaan stemmen, het aantal leden van politieke partijen neemt af en mensen zijn minder trouw aan één partij. Om de kloof tussen burger en politiek te verkleinen, pleit de Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck voor het regelmatig raadplegen van burgers met een burgerberaad, samengesteld door middel van loting. De Arnhemse volkswijk Klarendal experimenteerde daar al mee vanaf 2001.

“Verkiezingen zijn niet de enige en de beste manier om mensen te laten spreken”, stelde Van Reybrouck zondag 24 mei in het tv-programma Buitenhof. “Mensen zijn als burger waarschijnlijk intelligenter dan als kiezer.” Volgens Van Reybrouck zijn veel mensen die geneigd zijn om te stemmen op de uiteinden van het politieke spectrum, maar veel genuanceerder wanneer hun mening gevraagd wordt over specifieke politieke kwesties. Hij .. pleit om die reden voor het instellen van burgerpanels, waarin mensen door middel van loting worden gevraagd mee te doen. Op die manier ontstaat een representatieve afvaardiging, waardoor meer aandacht ontstaat voor het algemeen belang.

In zijn boek ‘Tegen Verkiezingen’ wijst Van Reybrouck erop dat zijn idee lang niet zo revolutionair is als het klinkt. In Athene in de oudheid en in meerdere Italiaanse stadsstaten tijdens de renaissance werd gebruikt gemaakt van loting.

Naar aanleiding van een gesprek dat Van Reybrouck een paar jaar geleden had met de Franse president Macron, is in Frankrijk inmiddels een burgerpanel ingesteld. Een representatieve groep van 150 inwoners van Frankrijk, adviseert de regering over het klimaat. Het burgerpanel kwam tot stand na loting.

Geen vertrouwen in de overheid

Bijna twintig jaar geleden werd in de Arnhemse wijk Klarendal al succesvol geëxperimenteerd met een vergelijkbaar initiatief zonder het te beseffen. Klarendal staat tegenwoordig bekend als een bruisende volkswijk. Maar in 2001 was daar nog geen sprake van. Klarendal was een probleemwijk. Een achterstandswijk met veel overlast en criminaliteit.

Toenmalig wijkmanager Chris Zeevenhooven en opbouwwerker Rob Klingen werkten aan het project ‘Klarendal kom op’, een slogan die overigens door toenmalig burgemeester Paul Scholten bekendheid gegeven is. Doel van het project was om de grootste problemen in de wijk op te lossen.

Zeevenhooven: “Rob en ik concludeerden dat samenwerken met de bewoners van de wijk de sleutel was voor succes. Het is belangrijk dat je draagvlak creëert.”

Klingen: “Juist op wijkniveau is het belangrijk om persoonlijk contact te hebben. Ons grootste probleem was dat mensen geen vertrouwen meer in de gemeente en de woningcorporatie hadden.”

Het gebrek aan vertrouwen van bewoners was begrijpelijk. De gemeente Arnhem had de situatie in Klarendal te lang op zijn beloop gelaten en geen aandacht aan de eerdere noodkreten geschonken.

Chris Zeevenhooven: “Wij realiseerden ons dat we alleen wat konden bereiken als we een structuur bedachten waarbij we bewoners centraal stelden. Dat is een kwestie van lange adem. Wij zijn er vier jaar mee bezig geweest om het op te bouwen.”

Rob Klingen: “We zijn begonnen met Blokgesprekken en hebben een kaart van Klarendal in twaalf blokken geknipt. In die blokken hebben we alle bewoners per brief uitgenodigd aan het Blokgesprek deel te nemen. Daarnaast zijn mensen persoonlijk aangespoord te komen. We werkten niet met loting, maar we deden het at random.”

Het voordeel van die aanpak was dat er ook mensen bij het project betrokken werden die je normaal gesproken niet snel hoort.

Zeevenhooven: “Als je gewoon een bijeenkomst organiseert, komen daar de mensen op af die je verwacht. Maar dat is geen representatieve afspiegeling. Dat zie je bijvoorbeeld ook als je kijkt naar het digipanel van de gemeente Arnhem. Het digipanel is een goede zaak, maar lager opgeleiden en emigranten zijn daarin ondervertegenwoordigd.”

Ronde Tafel

In Klarendal werden de mensen die ad random waren benaderd uitgenodigd in een gebouw in de eigen buurt. “Iedere bijeenkomst met bewoners die we organiseerden, lieten we modereren door een raadslid. Dat was een gouden greep. Het zorgde ervoor dat hun betrokkenheid bij de wijk enorm toenam. Klarendal zat vervolgens in hun hart.”

Klingen: “Bij iedere bijeenkomst, stelden we dezelfde vragen. Op die manier hadden we aan het eind van de gesprekken een goed beeld van wat bewoners zagen als de grootste problemen.”

Alles werd gecoördineerd vanuit de Wijkwinkel op de Klarendalseweg. De wijkwinkel is later met het oog op het project gemoderniseerd en aangepast. Midden in de wijkwinkel was een grote ronde tafel neergezet, groot genoeg voor zestien mensen.

“Net zoals de ronde tafel van Koning Arthur was dit een tafel waarin iedereen gelijk was”, vertelt Chris Zeevenhooven. 

De twee wijkwerkers groepeerden de problemen in vier thema’s: schoon, heel en veilig, wijkeconomie, jeugd en jongeren en als vierde sociale cohesie, conform de 4 wieken van de Klarendalse Molen.

“Zelf hebben we vervolgens nog een verbindend punt ingebracht”, vertelt Zeevenhooven. “We wilden voorkomen dat de wijk na verloop van tijd weer zou afglijden. Om die reden hebben we een wijkvisie voor de toekomst aan het lijstje toegevoegd.”

Werkgroepen

De uitkomst van de Blokgesprekken werd besproken in het Wijnmuseum aan de Velperweg. Maar liefst 64 wijkbewoners waren aanwezig. Het was duidelijk dat er draagvlak aan het ontstaan was. Maar hoe zorg je er vervolgens voor dat er iets met de inbreng van bewoners gedaan wordt?

Vanuit de Blokgesprekken is er een nieuw wijkplatform samengesteld en aan het werk gegaan. Het wijkplatform was toen een officieel adviesorgaan van het college van B&W om gevraagd en ongevraagd advies te geven. Daarnaast had het wijkplatform een wijkbudget ter beschikking.

Chris Zeevenhooven: “Het wijkplatform kwam zeven keer per jaar in vergadering bijeen in de Wijkwinkel. Daarnaast waren er bewonerswerkgroepen voor speciale onderwerpen zoals Veiligheid dat besproken werd met de wijkagenten. Dan werd bijvoorbeeld drugsoverlast en foutparkeren besproken. Straten waarvan we hoorden dat er een probleem was, werden via handhaving hard aangepakt. Dat zorgde ervoor dat het probleem binnen een paar maanden voorbij was. Bewoners zagen dat we deden wat we beloofden.”

Rob Klingen: “Het was dus niet alleen maar een mooi verhaal. Bewoners vertrouwden ons op een gegeven moment. De bewonersparticipatie groeide. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard”

Maar er waren ook drie werkgroepen van beroepskrachten. Ze namen deel aan de economische tafel, de fysieke tafel en de sociale tafel. Er werd een aantal maal per jaar vergaderd en de conclusies en aanbevelingen werden bediscussieerd met het wijkplatform.

Wijkvisie

Een van de andere redenen dat het project ‘Klarendal kom op’ succesvol was, was de wijkvisie die samen met bewoners werd opgesteld. Het Wijkperspectief “Klarendal Kleur en Karakter” was de leidraad die gebruikt werd om Klarendal op sociaal, economisch en huisvestingsgebied naar een hoger niveau te tillen.

In de persoon van wethouder Chris de Ronde had Klarendal bovendien een bestuurder die de wijkvisie een warm hart toedroeg. “Hier kunnen we als gemeentebestuur niet omheen”, zei De Ronde tijdens de presentatie in de Raadszaal. “Dit weerspiegelt de betrokkenheid van bewoners bij de wijk. Alles wat we in de wijk gaan doen, doen we door de oogharen van dit document.”

Zeevenhooven: “Met het wijkplatform, de wijkwinkel, de wijkkrant en de wijkvisie hadden we alle instrumenten om mensen in de wijk te informeren. De wijkkrant was een professionele krant waar bewoners bovendien hun grieven en klachten kwijt konden.”

Maar het was vooral de wijkvisie die ervoor zorgde dat bewoners zich gehoord voelden.

Rob Klingen: “De wijkvisie voorkwam dat de resultaten van alle gesprekken zouden vervliegen. Het was een kompas. We hebben het nog jarenlang gebruikt.”

Participatie van bewoners loopt tegenwoordig via het traject ‘Van Wijken Weten’, waarin de oude structuur is losgelaten. De status van het wijkplatform en het gezamenlijk overleg van de wijken met het gemeentebestuur is minder officieel geworden.  De wijkwinkels zijn gesloten en onder gebracht in de MFC’s.  Zeevenhooven: “Met de komst van Van Wijken Weten is de structuur die wij hebben opgezet losgelaten. Maar dat is misschien iets voor een andere keer.”

Links

BuitenhofBuurt & Regio over KlarendalWijkperspectief Klarendal 2003