Is Arnhem een Parkenstad?

Chris Zeevenhooven helpt mee een park schoon te houden

Op 30 maart 1993 presenteerde het bestuur van Bezoekerscentrum de Watermolen (de huidige Molenplaats) een advies aan het college van B&W van Arnhem om de stadsparken van Arnhem meer aandacht te geven aan beheer en onderhoud en voor promotie van de stad. Daarnaast was het advies om burgers meer te betrekken bij dat beheer en onderhoud om meer draagvlak voor het belang van de parken te krijgen. Dat advies was gebaseerd op de uitkomsten van de vraag die het Bezoekerscentrum in 1992 aan de inwoners van Arnhem gesteld had: Is Arnhem een Parkenstad?

Door Chris Zeevenhooven

Vanaf begin mei tot eind november van 1992 was er een scala aan activiteiten in en rondom de Watermolen. Er waren exposities om verschillende aspecten van de Arnhemse parken en bossen te presenteren. Niet alleen de bekende parken, zoals Sonsbeek, Zypendaal en Gulden Bodem kwamen aan bod en de toeristische parken Burgers Bush en Openluchtmuseum maar ook de onbekendere Arnhemse bossen ten noorden van de Schelmseweg. Verder was er aandacht voor de publieksfunctie met evenementen in de parken. In de 80-er jaren waren de stadsparken behoorlijk verwaarloosd. Men ging naar het buitenland op vakantie en vond de eigen parken niet meer zo interessant. De migranten, die lang niet altijd in de zomer terug konden naar Marokko of Turkije, namen een kleed onder de arm en gingen wel uitgebreid picknicken in het park. Dat sloeg aan en werd een voorbeeld voor anderen. Er kwam weer belangstelling voor het park. Dat was te merken met het programma “Is Arnhem Parkenstad?”.

Arnhem koos voor herstel Engelse landschapstijl

In een hoek van het Bezoekerscentrum was een speakerscorner ingericht waar op zondagen mensen hun verhaal over een belevenis in het park konden vertellen. Daar waren grappige en bijzondere verhalen bij. Mooie en goed bezochte bijeenkomsten waren de debatavonden over de toekomst van de parken en dan met name over Sonsbeek. Immers het eeuwfeest zou in 1999 gevierd worden en er was veel aan achterstallig onderhoud te doen. Eén van de sprekers was Adriaan Geuze, van bureau West 8. Hij hield een stampvol Bezoekerscentrum het idee voor om Sonsbeek net als het Museumplein in Rotterdam (ook van zijn hand) deels te kappen en met metalen platen af te dekken om het een modern beeld te geven. Geuze was die avond grieperig, maar aan het eind van de avond had de hele zaal koorts, iedereen was laaiend. Er ontstond een brede coalitie om het park te herstellen in zijn Engelse landschapstijl. Wethouder Hein Bloemen deed die toezegging ter plekke om alles weer een beetje tot rust te brengen. Geuze moest lachen, omdat hij met zijn provocerende benadering er voor gezorgd had dat Arnhemmers eindelijk eens onder ogen zagen wat een mooi en bijzonder park ze hebben.

Gemeente Arnhem moet de stadsparken meer aandacht geven

Het belangrijkste advies van het Bezoekerscentrum was eigenlijk om de parken en bossen van Arnhem veel meer aandacht te geven en de stad daarbij te betrekken. Nu 30 jaar later is Sonsbeek mooi hersteld in de Engelse landschapstijl. Er is een vereniging van Vrienden van Sonsbeek met een paar honderd leden, er is een mooi bulletin dat 4 keer per jaar verschijnt en er wordt jaarlijks een schouw uitgevoerd waarbij de schouwgroep commentaar geeft op het beheer.

Met Meinerswijk kreeg Arnhem er een nieuw stadspark bij

De afgelopen jaren is het park De Heerlijkheid Meinerswijk volop in de schijnwerpers gekomen door de vergaande plannen van ontwikkelaar KWP om daar op de oude industrieterreinen woningen te bouwen. Arnhem kreeg er in 1 klap 140 ha natuurgebied bij en opnieuw, net als Sonsbeek, dicht bij de binnenstad. Om dat park goed in te richten en te beheren, zodat grote grazers en bezoekers er samen van kunnen genieten, moet nog veel gebeuren. Er is ook een schouwgroep in Meinerswijk, maar veel van de toegezegde werkzaamheden worden niet uitgevoerd door gebrek aan capaciteit en prioriteit. Ondertussen wordt de druk op Meinerswijk ieder jaar groter. Arnhem heeft het park en de stranden ontdekt. Maar ook Sonsbeek krijgt steeds meer met druk van bezoekers en activiteiten te maken. De stedelingen zoeken de groene ruimte van de parken en ze hebben dat nodig nu het inwoneraantal toeneemt. Mensen komen in Arnhem wonen vanwege die groene ruimte in vergelijk met de Randstad. Arnhem heeft zich ongemerkt op de kaart gezet met haar parken en bossen. Alleen het gemeentebestuur wil nog steeds niet weten dat er meer aandacht moet komen voor beheer, onderhoud en contact met het publiek. Een motie die een jaar geleden werd overgenomen door de wethouder om een gebiedsregisseur voor Stadsblokken Meinerswijk aan te nemen is nog niet uitgevoerd. Het voorheen enige stedelijke Bezoekerscentrum van Nederland is een horeca gelegenheid geworden, waar niets meer te vinden is over de parken, bossen en natuur van Arnhem. De stichting Vrienden van Sonsbeek is zelfs akkoord gegaan met een nachtelijk evenement in het monumentale park Zypendaal. Een natuurpark als pretpark.

Voor de inwoners is Arnhem een Parkenstad!

Voor bewoners en bezoekers van Arnhem is het geen vraag, maar een weet zoals bleek in 1992. Arnhem is een Parkenstad. Dat vraagt een duidelijk beleid en goede, gedegen en herkenbare ambtelijke organisatie om dat bezit goed te beheren, onderhouden en met de bezoekers en inwoners van de stad te delen. Dan heb je niks aan een aannemer die als schoonmaakbedrijf de inschrijving wint. Je hebt goede betrokken bedrijven nodig die vakmanschap leveren en dat samen met betrokken burgers doen. Het Bezoekerscentrum Sonsbeek (nu Molenplaats) zou haar oude naam en vooral functie van Bezoekerscentrum weer terug moeten krijgen en het hart zijn waar bewoners, beleidsmakers en beheerders elkaar kunnen vinden. Wim Pijbes schreef indertijd voor Buurtenregio.nl een verhaal dat een stadsmuseum een directeur heeft, maar waarom de stadsparken niet?

Arnhem Parkenstad lijkt mij een prima punt voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Arnhem kan meer werken maken van het beheer van en omgaan met haar parken en bossen. In 30 jaar tijd moet er toch enige vooruitgang te boeken zijn.