‘Ouders laten uit angst hun kinderen niet buiten spelen’

Monica Zeevenhooven. Foto: Polle Willemsen/www.27images.com

Als creatief kindertherapeut Monica Zeevenhooven haar cliëntjes vertelt dat toen zij vroeger jong was, ze na school een kop thee kreeg en dan van vier tot half zeven buiten speelde zonder dat haar moeder wist waar ze was, kunnen ze dat niet geloven. ‘Hun ogen worden groot en ze zeggen: ‘Monica, dat is niet waar! De kinderen van nu kunnen zich niet voorstellen dat er geen ouderlijke controle is.’ Onlangs bleek uit onderzoek van dat 15 procent, een op de zeven kinderen, nooit buiten speelt. Dat meldde Jantje Beton, dat zich inzet voor speelplekken voor kinderen, op de site.


‘Steeds meer ouders vinden het niet goed dat hun kind zomaar op straat speelt of om de hoek even een boodschap gaat doen’, zegt Monica Zeevenhooven. ‘Ouders willen de controle houden omdat de leefomgeving voor hun gevoel niet veilig genoeg is om een kind de vrijheid te geven. Heel weinig kinderen mogen bijvoorbeeld alleen lopen of fietsen naar hun basisschool. Het verkeer is druk en gevaarlijk geworden, dus ouders brengen en halen hun kind.’

Zonder buiten spelen hapert de ontwikkeling

Maar dat  kinderen vooral binnen zijn, is niet goed voor hun ontwikkeling, zegt Monica Zeevenhooven. ‘Als kinderen lichamelijk niet moe zijn geworden slapen ze minder goed. Als ze veel binnen zijn ontwikkelen hun spieren, botten en ogen zich minder goed. Ze raken sneller gefrustreerd en gaan zich vooral uiten door te schreeuwen en te gillen. Buiten trainen ze hun behendigheid, ze ontmoeten andere kinderen, bedenken nieuwe spelletjes en ademen dieper in en uit. Het kind ervaart alles lijfelijk en leert zichzelf kennen op vele manieren.’

Met sportaanbod op school, rustiger kinderen

Monica Zeevenhooven wijst naar de basisschool tegenover haar huis: de kinderen gilden en krijsten in de pauze, vertelt ze. ‘Ik dacht altijd al dat dat kwam omdat ze zich niet op een andere manier hebben leren uiten.’ Een jaar of drie geleden veranderde het: er werd sport aangeboden in de pauzes. De kinderen gillen nauwelijks meer.
Ze krijgen een gevarieerd aanbod aan sportieve activiteiten. Een heel goed initiatief dat scholen kunnen nemen om kinderen te laten ervaren hoe heerlijk het is om buiten te spelen. Maar helaas is niet iedere school of peuterspeelzaal een kinderspeelparadijs. ‘Ik ken een school die alleen een stoep heeft om te spelen en geen plein of een kleuterschool met een kleine tuin, waar de kinderen niet mogen rennen en de vele kindercrèches in Amsterdam met alleen een kleine binnenplaats. De apen in Artis hebben bij wijze van spreken meer speelruimte!’

‘Kinderen hebben ruime voorzieningen nodig’

Monica Zeevenhooven: ‘De scholen, gemeenten en vooral de steden, moeten het belang inzien van het buiten spelen voor kinderen, dat het gezond en fijn het is voor kinderen om zich buiten vrij te bewegen en te vermaken. Geen kleine speelplekjes met een paar attributen, maar ruime voorzieningen, zodat kinderen echt uit de voeten kunnen. Je ziet het als er een straat opengebroken is en de gemeente er een enorme hoop zand heeft gestort. Kinderen komen naar buiten en gaan erin spelen met emmers en schepjes en je hoort hun blije geroep. Er rijdt geen verkeer door de straat, dus ze voelen zich veilig om vrij te spelen met het zand.’
In de dorpen om Amsterdam heen ligt dat anders, vertelt ze. ‘In het landelijk gebied rond Amsterdam, in de dorpen, mogen kinderen meer buiten spelen en bijvoorbeeld alleen naar school lopen. In Broek in Waterland sporten ouders veel. Ze houden daar ieder jaar een slotenloop. Dan rennen de ouders met hun kinderen rond het dorp, dwars door weilanden en moddersloten. Kinderen rennen door die sloten. Dat durven ze want hun vaders doen het voor. Aan het eind zijn ze pikzwart. De kinderen krijgen er zo vertrouwen in dat hun lichaam dat kan hebben.’

‘Van buiten spelen krijg je betere volwassenen’

Deskundigen zeggen dat tegenover een uur gamen een uur buiten spelen zou moeten staan, daartoe riep de directeur van Jantje Beton onlangs op. Monica Zeevenhooven denkt dat ouders die twee activiteiten niet met elkaar in verband brengen. ‘Ouders proberen vooral het gamen aan regels te binden. Maar het zou een goed idee zijn op die manier het buiten spelen onder de aandacht te brengen en te bevorderen.’

Maar, zegt ze: ‘Gamen doe je binnen, het maakt je hoofd druk en het vergroot vooral je handigheid in het aangeboden spelletje. Dat is heel iets anders dan bijvoorbeeld een hut bouwen. Dan moet je bekijken hoe je hem bouwt en waar je de materialen vandaan haalt. Het kind leert zo veel breder kijken, de fantasie te trainen en oplossingen te bedenken. Van vrij buiten spelen worden kinderen uiteindelijk gezondere en blijere volwassenen.’