Grote zorgen om einde ontheffing voor uitrijden drijfmest

Het roodbonte melkvee en de gele paardenbloemen in de groene weiden ogen als een heerlijke oase van rust op het biologisch melkveebedrijf van Erik en Rianne Valk in Broekland, in de Overijsselse streek Salland. Tot eind dit jaar mag hij bovengronds mest uitrijden en daarover maakt hij zich grote zorgen. Daarna zou hij moeten injecteren en dat is een bron van zorg.

‘Overheid vergeet dat iedere mest anders is’

Eind dit jaar loopt de ontheffing voor het injecteren  van drijfmest af. Leden van de vereniging voor kringloopboeren, de VBBM, die zo gezond mogelijke agrarische producten willen afleveren, maken zich grote zorgen, zegt voorzitter Erik Valk op zijn biologisch boerenbedrijf in Broekland. De kwaliteit van de weilanden gaat met het injecteren van slechte mest achteruit, zegt hij. ‘Alle mest is lang niet hetzelfde van kwaliteit en mest is niet een slecht product. Die hokjesgeest is de grote fout van de overheid.’

De overheid wil vanwege Europese afspraken de ammoniakuitstoot beperken en daarom mogen de boeren geen drijfmest bovengronds uitrijden maar moeten ze de mest injecteren. Erik Valk heeft een ontheffing die zo’n honderd boeren in 2014 kregen van staatssecretaris Sharon Dijksma, na acties en langlopende strijd. De voorwaarden voor de ontheffing zijn onder anderen dat er minimaal 85 procent grasland moet zijn, dat de koeien minimaal 150 dagen in de weide staan en dat het ureumgehalte in de melk onder de 20 blijft. Aan al die voorwaarden voldoet Valk.

Die ontheffing loopt dit jaar af en dan zou Valk weer moeten injecteren, want een nieuwe ontheffing is nog geen zekerheid, heeft hij te horen gekregen. Maar voorlopig wil hij daar niet aan. ‘Ik ga gewoon door, dan zal de NVWA (voedsel en warenautoriteit) op een gegeven moment wel op de stoep staan en ik hoop dat we samen een manier kunnen bedenken zodat ik niet voor het hekje kom te staan.’

‘Kunstmest is slecht voor weide en dier’

Hij doet het omdat hij denkt dat het het beste is voor zijn koeien en het  milieu. Kunstmest is ook heel slecht, meent hij. De lachgasproductie is daardoor verdubbeld. Dat staat in een rapport van RVO, een agentschap van het ministerie van Economische Zaken. En het bodemleven gaat er door dood. ‘Toen ik vroeg aan een ambtenaar hoeveel kunstmest er totaal wordt gebruikt in Nederland, zei hij het niet te weten. Ik vroeg of ze dat niet rapporteren, waarop ik het antwoord kreeg dat niemand dat deed. Ja als ik dan denk hoe ik als ondernemer tot drie cijfers achter de komma alles moet rapporteren word ik wel triest. Ik heb hem ook uitgelegd dat alle mest niet gelijk is. Iedereen boert anders en heeft een andere kwaliteit mest. Maar dat telt niet in Den Haag. Voor hen is mest mest. Het gaat er om of je in een afgesloten ruimte een rottingsproces hebt door mest en urine bij elkaar te doen of dat je een rijpingsproces hebt, zoals bij compost. Ik heb het laatste. Ik heb een uitstekende koolstof-stikstofverhouding en ik ga er vanuit dat de ammoniakuitstoot van mijn bedrijf daardoor ook veel lager is dan bij diegenen die mest zien als een afvalproduct.’

‘Bacteriën en regenwormen zijn koeien in de grond’

‘Het zit zo. De rode regenwormen, de schimmels en bacteriën in mijn weiland zijn als het ware de koeien in de grond. Daar moet je voor zorgen net als voor je koeien op de grond. Die moet je voeden, de bodem is een verteringsorgaan dat op haar beurt zorgt voor de voeding van de plant’, meent hij. ‘Als je met kunstmest of injectie de plant voedt dan pomp je voedsel direct in de maag van de plant als het ware. Dat kan die plant niet aan.’ Hij wijst naar de paardenbloemen in zijn weiden. ‘Ik heb er meer dan hiernaast. Dat komt o.a. doordat ik bovengronds mest uitrij. Op school heb ik geleerd dat je die bloemen dood moest maken. Maar er zitten belangrijke voedingsstoffen in voor mijn koeien. Mijn koeien krijgen geen soja en mais maar hooi, gras en krachtvoer. Dit zorgt voor goede mest en dat is heel belangrijk. Deze goede mest is voeding voor al het leven in de grond, van mestkever, regenworm tot straalschimmels en omzettingsbacteriën. Dit leven in de bodem voedt uiteindelijk de planten. De grond voedt de plant.’

Kringloopboeren: alles natuurlijk

Hij is voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu, een vereniging van kringloopboeren: alles moet zo natuurlijk mogelijk zijn en alles van het land moet worden gebruikt, dus ook de mest. Geen bestrijdingsmiddelen, zo weinig mogelijk medicijnen en geen kunstmest maar grond, lucht, water en goede weiden, met natuurlijke bemesting. De vereniging telt 165 leden. ‘Ik ben gastdocent aan de Middelbare Agrarische School. Daar laat ik de studenten zien hoe mest er uit ziet en welke diertjes er allemaal in leven. Dan gooi ik er zout overheen om kunstmest te imiteren en binnen een halve minuut is alles dood. Rottende mest is geen voeding maar, een belasting voor het bodemleven. Binnen het ministerie van Economische zaken wordt dit nog niet goed begrepen. ‘Door vast te blijven houden aan het systeem van kunstmest en mestinjectie, wordt het lastig om bij te dragen aan een duurzame vorm van landbouw’.

De manier waarop hij boert, is anders dan hij op school heeft geleerd. ‘Met de wil om tot hogere productie van ons land, dieren en ondernemers te komen, zijn we na de tweede wereldoorlog anders gaan boeren. Stallen werden anders ingericht en vele producten werden aan ons productieproces toegevoegd. Op dit moment vragen wij ons hardop af of dit wel zo handig is geweest. Meer maken staat niet gelijk aan gezondere producten afleveren. Eenzijdige voeding aan planten compenseren met gewasbeschermingsmiddelen, vinden wij niet zo’n handig systeem.’

Op school heeft hij ook geleerd zo te werken: de productie zo hoog mogelijk maken. ‘Graag had ik op school geleerd hoe ik het leven, levendiger kan maken. Met andere woorden: hoe stimuleer je al het leven in de kringloop om zo gezond mogelijke planten, dieren en uiteindelijk producten af te leveren bij de consument. Bij de VBBM is nog veel van deze kennis aanwezig en is het altijd zeer leerzaam om bij een van onze leden op het bedrijf elkaars ervaringen uit te wisselen.’

Biologisch boerenbedrijf

Hij heeft nu een volledig biologisch boerenbedrijf. Sinds het verdwijnen van het melkquotum in 2015 zijn zij helemaal biologisch gegaan. De mest gaat naar het land en dat van akkerbouwers en er komt voedsel voor terug. Gezond boeren heeft er altijd al ingezeten.

Erik Valk: ‘Met de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu willen we dat ook. We willen geen toevoegingen die het leven kunnen schaden en daarover delen we onze kennis.’

‘Anders nadenken over landbouw’

Valk vindt dat we anders moeten kijken naar landbouw. ‘Soms lijkt het wel of een groot deel van de samenleving zich tegen haar voedselproducenten (boeren) keert. Maar als we als producenten en consumenten met elkaar in gesprek komen, dan blijkt vaak dat wij meer overeenkomsten hebben dan tegenstrijdigheden.

Als het dan op verandering van productiewijzen aankomt zijn het met name de schakels tussen producent en consument hebben die moeite hebben met deze veranderingen. Dat is ook logisch aangezien hierdoor complete verdienmodellen binnen ons voedselproces opnieuw moeten worden ingevuld. Deze processen kosten tijd en die zullen wij elkaar moeten gunnen. Uiteindelijk willen wij allemaal hetzelfde; gezond en betaalbaar voedsel voor iedereen, geproduceerd op een manier zoals deze over 100 jaar nog zal kunnen plaatvinden.’