‘Europees geld inzetten voor klimaattransitie boeren’


Nederland moet Europees geld van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid gebruiken om boeren te ondersteunen met de milieu-en klimaattransitie die hen wacht. Agrariërs die willen omschakelen naar dier-, mens- en milieuvriendelijkere kringlooplandbouw, moeten verder van de overheid adviseurs krijgen die hen helpen die transitie te maken. Ook moet de overheid hen helpen zodat ze goedkoop aan leningen kunnen komen voor de transitie. Bovendien moet de overheid boeren ruimte geven om te experimenteren met hun bedrijfsvoering. Nu kan dat niet vanwege knellende regels als mestinjectie.

Dat vindt D66-Kamerlid Tjeerd de Groot die in 2018 kringlooplandbouw via een aangenomen motie in de Tweede Kamer op de agenda zette. Na de door de Kamer aangenomen motie komt minister landbouwminister Schouten eind maart met de houtskoolschets van een Nationaal Strategisch Plan. De Groot hoopt dat de overheid daarin normen opstelt om de agrarische sector te verbinden met milieu- en klimaatdoelen, met voor iedereen realistische en bereikbare doelen, maar waar geen ruimte is voor freeriders.  

Gemeenschappelijk landbouwbeleid

De nieuwe wensen kunnen prima worden gerealiseerd met hulp van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, meent hij. Nederland wil als medewetgever in de EU afspreken om klimaat- en milieudoelen aan het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid te koppelen. Dat staat al in de voorstellen van de Europese Commissie en in het Regeerakkoord. Dat Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ondersteunt boeren tussen 2021 en 2027 met 4,9 miljard inkomenssteun en brengt 500 miljoen aan plattelandsontwikkelingsgeld binnen. De Groot vindt dat als de Nederlandse overheid a zegt ze ook b moet zeggen en de transitie volop moet ondersteunen, ook met dit geld. 

Intensieve landbouw doodt de bodem

Nederland is groot geworden door de export van agrarische producten en intensieve veeteelt- en landbouwmethoden. Intensief betekent daarbij: zo veel mogelijk produceren op een zo klein mogelijk oppervlak in zo kort mogelijke tijd. Maar die intensieve landbouw blijkt slecht te zijn voor het boerenland en voor het klimaat. Zo put het volgens boeren en wetenschappers de bodem uit en de verplichte mestinjectie in plaats van bovengronds uitrijden, zoals vroeger, maakt het volgens bodemwetenschappers als professor Jan Willem Erisman (VU) nog veel erger

De Groot ziet dat ook: het huidige beleid is riskant voor de biodiversiteit in de bodem. Daarom wil hij een duidelijke norm waarbinnen de boeren hun bedrijf kunnen optimaliseren ze milieu en klimaatproof en bedrijfseconomisch aantrekkelijk voedsel produceren. 

Van knellende regels af

Daarom wil De Groot af van knellende regels, zoals dat rijpe mest – gescheiden van pies –wél mag worden gebruikt en dat is iets anders dan bodemdodende drijfmest in de grond spuiten, waartoe de Nederlandse overheid boeren dwingt. Verder moet diervoer niet concurreren met dat van mensen en moet er in alle schakels van de voedselketen minder voedsel verspild worden. De Groot: ‘Een derde van de wereldvoedselproductie gaat naar mensen, een derde naar het vee en een derde wordt verspild. Weggegooid.’ 

Transitie naar kringlooplandbouw nodig

Kringloopboeren helpt volgens De Groot de planeet zo te maken, dat toekomstige generaties er mee vooruit kunnen doordat reststoffen zo veel mogelijk worden hergebruikt in andere fases van het landbouw- of veeteeltbedrijf. Dat vergt een andere manier van landbouw en veeteelt dan tot op heden het geval is. 

Een omschakeling heeft voor boeren die op de oude manier intensieve landbouw bedrijven, een grote impact: ze moeten hun hele productieproces herzien. De motie van De Groot noemt innovaties in bijvoorbeeld mest, voeding en bodem die nodig zijn. Maar er bestaat geen eenduidig recept voor. ‘Er moet een clubhuis ontstaan, waar ruimte is om te leren en om fouten te maken en dus om te experimenteren’, meent De Groot. Ook moet er ruimte zijn voor regionale experimenten, iets dat de Nederlandse overheid ook bepleit en wat De Groot graag ziet gebeuren. In dat clubhuis moet de adviseur een belangrijke rol spelen.

‘Een adviseur is geen verkoper’

De enige adviseurs die de boeren nu op bezoek krijgen, zijn volgens hem – en volgens boeren – verkopers, van kunstmest bijvoorbeeld. Of van machines. ‘Terwijl de transitie naar een houdbaarder landbouw veel kennis en energie vergt van de agrarische sector, en vooral hard nodig is. En een verkoper is geen adviseur.’

Daarom moet bijvoorbeeld kennis van instituten als de WUR en het Nederlands Instituut voor Ecologie worden gekoppeld en gedeeld worden met de kennis van agrariërs. Een goede kennisbank moet er komen. Ook beter onderwijs waarin goed voor je land zorgen de boventoon voert, in plaats van maximale productie. Maar de minister moet ook naar de regels kijken, zoals het terugdringen van kunstmest. Ook moet er geld beschikbaar worden gesteld bijvoorbeeld om borg te staan voor leningen bij boeren die vanwege de transitie moeten investeren. Zo kunnen ze goedkoper geld lenen  Ook wil hij dat partners in de voedselketen samenwerken om effectiever en tegen minder milieu- en klimaatkosten te produceren.

Toe naar toekomstbestendige voedselproductie

Ook wil hij dat de markt zich aanpast. ‘Je zou voedselproductie willen dichtbij de stad. Zodat je veel meer diervriendelijke en klimaatvriendelijke kipsterboerderijen krijgt, of boerderijen die volgens de agrarische kringloopprincipes Oereieren produceren.’ Ook daar moet de minister regie op voeren. De Groot: ‘We moeten toe naar een systeem waar toekomstige generaties qua milieu en qua voedselproductie mee toe kunnen.’

Journalist Simon Trommel van Trommel Media volgt Europese politiek op de voet in Nederland en in Straatsburg en Brussel. Hij richt zich vooral op de wisselwerking tussen Nederlandse en Europese politiek en de effecten daarvan in Nederland. Hij schrijft op buurtenregio.nl over de Europese verkiezingen van 23 mei 2019. Deze serie wordt mogelijk gemaakt door de Stichting Project.