Brabant zoekt innovaties milieuvriendelijke varkenshouderij

Gedeputeerde Anne-Marie Spierings (D66). Foto : Wim Hollemans


De mest van varkens milieuvriendelijker maken, zodat bodem, milieu en gezondheid van mensen er wel bij varen. Dat is de grote uitdaging waarvoor de provincie Noord-Brabant staat, vindt gedeputeerde (en natuurwetenschappelijk milieukundige) Anne-Marie Spierings (D66). Daarom innoveert Brabant volop, niet alleen in Brainport bij Eindhoven, maar ook in de varkenshouderij in Midden- en Oost-Brabant.

door Simon Trommel

En dat is hard nodig, zegt ze. Twee derde van de 33 miljoen kilo fosfaatoverschot van Nederlandse mest komt uit Brabant, 24 miljoen kilo. Het vraagstuk is ook in Brabant een groot regionaal probleem. De inwoners van steden als Den Bosch en Eindhoven hebben er misschien weinig mee, maar de impact voor iedereen in het buitengebied, voor de Brabantse economie en dus voor heel veel Brabanders is groot. ‘Voor een gezonde toekomst moet de bedrijfstak veel duurzamer en meer met een gesloten kringloop werken dan nu het geval is’, meent Spierings.

Grootschaligheid varkenshouderij vraagt om oplossingen

Juist de drijfmest van varkens zorgt voor de milieuproblemen. Het gieren zoals dat vroeger gebeurde mag niet meer, dat veroorzaakt lucht- en waterproblemen. Maar het huidige injecteren van de drijfmest doodt de bodem. Varkens worden vooral gevoerd met voer dat van de mengvoederindustrie komt en niet meer alleen met restafval. Daardoor kunnen er veel meer varkens gehouden worden met veel meer mest tot gevolg. ‘Vroeger was dat anders’, zegt Spierings. ‘Toen at het varken wat er over was, aardappelschillen bijvoorbeeld. Het was bij uitstek een kringloopdier.’

Maar inmiddels is de Brabantse varkenshouderij een professionele bedrijfstak met een grote infrastructuur zoals veevoederfabrieken, veeartsen en andere bedrijven. Waar de varkensboer in De Peel vroeger varkens hield naast zijn baan als bouwvakker, heeft een varkensboerondernemer nu vaak meerdere vestigingen in de provincie, waar nu 6 miljoen varkens worden gehouden. De varkenshouderij was vroeger door de hele provincie verspreid maar bevindt zich nu vooral in het midden en oosten van de provincie. Daar zit nu overigens een plafond op door de staldering: voor iedere nieuwe stal in een regio moet een oude gesloopt worden. 

Oplossing ligt in scheiden dikke en dunne mest

De kern is het scheiden van de dikke en de dunne mest, zegt Anne-Marie Spierings. Nu komt de dikke en dunne mest in een put en daarin ontstaan chemische processen met het gevolg dat ammoniak en fosfaat ongecontroleerd in het milieu terugkomt met het uitrijden van drijfmest. De uitdaging is om de dikke en de dunne mest ofwel gescheiden te houden ofwel direct te verwerken. 

Varken naar toilet

Er is een proef  met varkenstoiletten, waarbij het varken gelokt wordt met napoleonbonbons om op de ene plek te piesen en op de andere te poepen. 

Een andere proef bestaat uit de propstroommonovergister: daar kan alleen verse mest in en de vergister haalt alle biogassen er uit. ‘Dat is ook minder fraudegevoelig. Je kunt er niet zomaar wat anders ingooien. Deze vergister wordt volop getest en we zijn niet ver van een certificering.’

Huidige mestwetgeving belemmering voor innovatie

Milieuvriendelijkere mest is een broodnodige uitdaging, meent Spierings. De provincie en de varkenshouderij lopen tegen de huidige mestwetgeving aan, die of op eigen bedrijf geïnjecteerd moet worden of voor zeker 20 euro per kuub moet worden afgevoerd. Daarom is het goed dat de mestwetgeving door het ministerie van LNV van scratch af aan tegen het licht wordt gehouden, zegt Spierings.

Tegelijk zijn stallen nu verkeerd ontworpen. In dat ontwerp is vaak geen rekening gehouden met die scheiding van dikke en dunne mest, waardoor ammoniak, fosfaten en kalium vrij spel hebben. ‘Daarom is het belangrijk dat we een manier vinden om dikke en dunne mest in de stal te scheiden. De uitstoot gaat dan omlaag. En we moeten ook een goede manier vinden om die mest weer toe te dienen. Dat is ook fijn voor mensen in en om de bedrijven heen.’

Draagvlak bij boeren: laten zien wat werkt

Tegelijk werkt Anne Marie Spierings aan draagvlak voor deze vernieuwingen bij de boeren. Nu boert iedere boer op zijn eigen manier en daarbij gaat het zoals met iedere innovatie: een enkele boer ziet dat het anders kan en dat het kostenvoordeel brengt: in een stal met gezonde lucht groeien varkens beter. ‘De voerconversie wordt beter, wat betekent dat je tegen minder kosten kunt produceren en een beter dierwelzijn aan de varkens kunt bieden.’ Dierwelzijn gaat volgens de Brabantse bestuurder niet alleen over vierkante meters maar ook over het stalklimaat. 

Een grotere groep vindt het spannend maar wil dat de technieken zich eerst bewijzen en de allergrootste groep is afwachtend. Tegelijk hebben de boeren ook allemaal andere belangen: de ene varkensboer is de andere niet. Spierings heeft naast gangbare varkenshouders te maken met zeugenfokkers, weidevarkenshouders en biologische varkenshouderijen.

Proeven op boerderijen, geen proefboerderijen

Juist om die reden werkt Brabant aan met subsidies aan innovatie op de boerenbedrijven zelf: Brabant wil zien hoe de innovaties op de bedrijven werken en daarom kiest Brabant niet voor proeven op de universiteit, maar werken wetenschapers aan innovaties op de boerenbedrijven zelf. Werken aan vernieuwing is wel lastig, zegt ze. ‘Boeren die werken aan niches zoals weidevarkens worden eerst voor gek verklaard, totdat gezien wordt dat het werkt. Ik wil als gedeputeerde deze koplopers steunen zodat anderen er van kunnen leren.’

Europese aanpak kan helpen voor tempo en kennis

Tegelijk schreeuwt Brabant om duurzame veehouderij en dan vooral de bodem en het water. De stank moet minder, de lucht beter. ‘Er zijn zorgen om Q-koorts- die overigens niet door de varkenshouderij wordt veroorzaakt.’ Spierings: ‘De grote vraag is hoeveel tempo kunnen we maken en tegelijk de verschillende strijdige belangen dienen. Want natuur, gezondheid en boeren liggen niet altijd in een lijn.’ 

In ieder geval is er te weinig kennis voorhanden en daar werkt Noord-Brabant aan met die proeven, zegt Spierings. ‘Het gaat dan om kennis over de mest, hoe scheid je dikke en dunne mest. Over de bodem: hoe dien je mest aan de plant toe. Waar komt de watervervuiling vandaan. We weten dat die ook deels uit Vlaanderen komt. Nog niet zo lang konden we dat aantonen. We dachten dat de watervervuiling door de bomenteelt uit Zundert kwam, maar het was Vlaanderen. Dat spoelt hier in de bodem uit.’ 

Dat maakt het mestvraagstuk een Europees vraagstuk waarvoor Brabant samenwerkt met andere Europese regio’s, zoals Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen. ‘Hoe kom je van die mest af, je moet Noord-Frankrijk voorbij om het af te kunnen voeren. Tegelijk zijn er regels in Catalonië waar je de mest deels op je eigen bedrijf moet hergebruiken. In Denemarken moet je juist eigen grond gebruiken voor voerproductie.’ De gedeputeerde hoopt dat die samenwerkingen leiden tot nieuwe inzichten.

‘Brabant Bemest Beter’

In Brabant loopt ook een project om beter te leren bemesten. Samen met de Hogere Agrarische School wordt uitgezocht hoe er beter bemest kan worden in het project Brabant Bemest Beter. Daarbij staan vragen centraal als hoe je beter bemest, of je mest moet composteren en of bodemschimmels tot een betere bodem leiden.  

Maar de grootste uitdaging is de dikdunscheiding. Dan wordt de ammoniakuitstoot minder. ‘Dat is beter voor dieren, boeren én hun buren. Het leidt tot gezondere lucht.’

Europees geld slim inzetten

Het Europese geld voor de landbouw, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor plattelandsontwikkeling, wordt in Brabant juist ingezet op die doelen. Spierings: ‘We willen geen makkelijk generiek potje. We willen het inzetten voor de toekomst, voor nieuwe methoden voor dikdunscheiding, precisiebemesting, en nieuwe verdienmodellen. Immers, we exporteren vlees, maar de uitstoot vanwege de mest exporteren we niet. Dus die moeten we hier oplossen. En dat is voor iedereen beter’, meent Spierings, ‘voor de dieren zodat ze in een gezond stalklimaat leven, voor de boeren zodat ze minder longklachten oplopen en voor de bewoners om de bedrijven zodat ze minder stank ervaren.’ Misschien is D66 wel de aangewezen partij hiervoor, denkt ze. ‘Wij zijn niet op voorhand voor de dieren of op voorhand voor de burgers of op voorhand voor de boeren. Je moet het samen doen en juist daarvoor organiseerden we activiteiten zoals ‘mestdialogen’ waar we het probleem voor iedereen op tafel legden, en ik ga graag het gesprek met iedereen aan.’

Journalist Simon Trommel van Trommel Media volgt Europese politiek op de voet in Nederland en in Straatsburg en Brussel. Hij richt zich vooral op de wisselwerking tussen Nederlandse en Europese politiek en de effecten daarvan in Nederland. Hij schrijft op buurtenregio.nl over de Europese verkiezingen van 23 mei 2019. Deze serie wordt mogelijk gemaakt door de Stichting Project.